Monthly Archives: March 2016

Preparing a publication about Byron

Since the documents of Lord Byron have become public, thanks to the transfer of the archives of Byron’s publisher John Murray in London to the National Library of Scotland in Edinburgh, it is easier to get access to letters written to Lord Byron. Ten of these letters were written by a young ‘Frank’, as the non-Greek and non-Turkish, Western Europeans residing in Athens were called in the past. In the rather small city of Athens at the turn of the 18th to the 19th century, a few Frank families  can be traced. One of these families is that of Giraud, Franco-Italian by origin.

During his subsequent visits to Athens in 1810 and 1811, the English poet George Gordon Lord Byron (1788-1824) became befriended to a young son of this Giraud family, named Nicolo (or Nicholas, as he writes himself sometimes). Nicolo Giraud’s sister seems to have had a relationship with (or was maybe even married to) Giovanni Battista Lusieri, the Italian artist whom Lord Elgin had hired for designing and moulding casts from the Parthenon decoration, ending with the famous transfer of the so-called Elgin Marbles to the UK.

Byron toured Athens, Attica and the Peloponnese with Nicolo: their friendship may have been really a love affair, though modern authors still do quarrel about the nature of it. Having said that, the ten letters which Nicolo Giraud wrote to Byron after the poet left him for further education at a Jesuit monastery on Malta, may throw more light on the nature of this ‘affair’. These letters never have been published ‘in extenso’, being written in English, Italian and Greek.

I would like to use a sabbatical of one month at the NIA to make at least a start with this publication, while also

LORD BYRON/GREEK COSTUME

GEORGE GORDON LORD BYRON English poet depicted here in his costume as a Greek patriot – Date: 1788-1824

searching for more information about the whereabouts of Nicolo Giraud, who seems to be ‘lost in history’ after his return from Malta to Athens, probably by the end of 1812. Being a historian myself, though educated in Ancient History, Byron always appealed to me as a true ‘hero’  for Greece: he was a firm Philhellene, and Greece still praises him for his generosity for the Greek sake during the Greek War of Independence 1821-1832). Byron died in Missolonghi, in 1824, when the war was dragging on very badly for Greece, so he never saw the birth of the Greek nation.

Han Borg (University of Groningen, NL), March 8 2016

Alline Sinke reports on her development grant (in Dutch)

In februari 2016 heb ik de mogelijkheid gehad om met een ontwikkelingsbeurs in het NIA in Athene te verblijven. Athene is een stad waar de mogelijkheden om je onderzoek uit te werken en data ervoor te verzamelen ook letterlijk op straat liggen. Het is de moeite waard om na een ochtend in de bibliotheek, de middag in deze stad rond te lopen. De Acropolis ligt op een steenworp afstand van het NIA en op een zondagmiddag zijn ook de Atheners er rond en op te vinden. Niet alleen de bibliotheken van het NIA en van de verschillende instituten die er gevestigd zijn zoals de meest bekende Britse, en de Amerikaanse, maar ook de vele lezingen, de musea  en de uitstapjes naar verschillende archeologische sites hebben substantieel bijgedragen aan mijn verkennend onderzoek.

De eerste dagen van mijn verblijf heb ik in de bibliotheek van het NIA gezocht naar opgravingsverslagen van Egeïsche sites en naar boeken over de achtergrond van mijn onderzoek. Daarna werd het tijd om lid te worden van de bibliotheken van de Britse en Amerikaanse scholen. Vrijwel elke dag liep ik met een studiegenoot van het NIA de heuvel op naar deze bibliotheken. Daar heb ik de bibliotheken uitgekamd om data te verzamelen en te evalueren.  Ook ben ik er mensen tegen gekomen die ik bij vorige opgravingscampagnes heb leren kennen. s ’Avonds op de terugweg kregen we in de eerste weken nog enkele demonstraties te zien, zoals die van de boeren uit Kreta, die op de tractor met flink geraas en getoeter naar het parlementsgebouw op het Syntagma plein reden. Zeker drie tot vier avonden in de week waren er presentaties en lezingen gepland.  Vaak aten we snel ons avondeten (zoals Nederlanders dat vroeg plachten te doen) om daarna naar een lezing te gaan. Deze worden op de verschillende instituten aangeboden en het is leuk om veel verschillende bij te wonen. Op de woensdagen en in het weekend ben ik naar archeologische sites en musea zowel binnen als buiten Athene gegaan, zoals Brauron, Delphi en Aegina, maar ook naar het Nationaal Archeologisch Museum, het Acropolis museum, en de Kerameikos begraafplaats. In de wintermaanden kun je er rustig rondlopen zonder te smelten van de hitte en zonder omver gelopen te worden door hordes mensen. De sites en musea sluiten echter wel vroeg, ca. 15.00 u.

In tegenstelling tot de Atheners zelf, die alles wat verder weg is dan 50 meter, met het openbaar vervoer afleggen, heb ik veel gelopen. Het is de moeite waard om alle facetten, zoals de schoonheid, maar ook de lelijkheid en de armoede van Athene mee te krijgen. Ik heb naast een vruchtbare studieperiode ook indrukwekkende ervaringen gehad. Ik heb tijdens mijn verblijf in het NIA een goed idee gekregen wat de mogelijkheden maar ook wat de beperkingen voor mijn onderzoek zijn.

Alline Sinke,  02-2016

ReMa Classics and Ancient Civilizations, VU-Amsterdam.