Author Archives: cjtoor

A Grand Tour of Greece

When thinking about ancient Greek death practices, what first comes to mind are the golden death mask of Agamemnon, the serene scenes on Classical funerary reliefs from the Kerameikos, and perhaps the white ground lekythoi – all prominently on display in the National Archaeological Museum of Athens. Of course, funerary culture in the Greek world constituted much more. This fall, we travelled the Greek mainland to explore the regional differences in funerary practices of ancient Greece, with grants from the Philologisch Studiefonds and the NIA. We plan to use our newly gained insights for a PhD- and postdoc proposals, respectively. In this post, we will tell you a bit about our travels, and share some of highlights, thoughts and photographs.

Our ‘Grand Tour’ began and ended with a short stay at the NIA, in between which we travelled through mainland Greece for four weeks. We started our journey in the northern Peloponnese, travelling along the west coast, going inland from Igoumenitsa to Ioannina, and then driving all the way up to Florina. From there, we explored Macedonia, Chalkidiki and Thrace, and via the coastal regions of eastern Greece and the island of Euboea we eventually found our way back to Athens. In total, we drove over 4500 km, visited more than 80 sites and museums, took 8815 photographs, and replaced one flat tyre.

Most of the sites we visited were chosen because of their funerary character: necropoleis, tombs, or museums with themed displays about mortuary behaviour and/or extensive collections of tombstones and grave goods (fig. 1). Other sites were added to the list because of their relevance for the ongoing work on the Hellenistic houses of New Halos, while others were simply too beautiful or famous to pass by. Among the latter category are Orraon (fig. 2), where stone-built houses are preserved up to a height of over three meters, Kylindri near Karystos, where over a dozen of huge monolithic columns were left behind after this Imperial marble quarry was abandoned (fig. 3), and of course Dodona and Delphi (figs. 4 and 5).

As far as the funerary material was concerned, we saw an enormous variation in burial customs across Greece, among regions, sites, but also among different individuals within one and the same community. We noted significant differentiation in the space of the dead (the locations of the cemeteries vis-à-vis the town), in tomb types used, in the types and decorations of burial markers, the content of epitaphs, and the grave goods provided to the dead. To give a few examples: in Thessaly we hiked to a burial site near the modern village of Vrynaina, where the necropolis of a Hellenistic fortified settlement was located on narrow plateaus below the steep hill on which the acropolis and town were located (fig. 6). In Arta, the Archaic-Hellenistic cemetery had developed along a so-called Gräberstrasse (fig. 7), similar to what can be seen in the Kerameikos, while near Hellenistic Abdera burial took place in tumuli, which were spread around the chora inland of the town. In Chaironeia we pondered the Theban war dead while admiring the enormous stone lion (over 5 m in height) that marked the site of their demise and final resting place (fig. 8). Nearby lay the tumulus covering the cremated remains of the Macedonians fallen in the same battle. At Kassopi we entered a Macedonian-type burial chamber that was located within the city walls (a rarity!, fig. 9); the tumulus-museum of Aigai displayed the jaw-dropping remnants of the funeral of Philip II, and the recently hyped tomb at Amphipolis we only saw from a distance.

Amidst all the fantastic experiences, there were also some disappointments. Several sites were fenced off or ill maintained, some museums were unexpectedly closed, some were desperately in need of renovations, and one museum was open but completely empty (leaving us flabbergasted as to the reason why a guard followed us closely while we scoured the building looking for the stuff that was advertised as being here on a big sign near the entrance). Particularly disappointing was our visit to the Underworld at the Nekromanteion of Acheron. According to Homer and Herodotus there was a place somewhere near the Acheron where people could enter the world of the dead. But alas, the building identified as this Nekromanteion turned out to be a farmhouse of the Hellenistic period, and the ‘crypt’ was a large vaulted cellar where the owners of the farmhouse stored their foodstuffs (fig. 10). Our hopes of descending into the dark recesses of the earth into the realm of Hades and Persephone were thus shattered.

All in all our Grand Tour was an amazing experience. By visiting so many of the archaeological sites and museums along the way, we gained a good understanding of the variety of burial practices in Greece. The more distant museums proved very useful to get an impression of local finds and excavations. Additionally, we were able to experience the Greek landscapes, and the cultural variety and delicious cuisine of modern Greece.

We would like to thank the Philologisch Studiefonds and the NIA for their financial support, our fellow-travellers for their enthusiasm and their hospitality, and we wholeheartedly recommend our colleagues to undertake a similar trip.

Tamara & Caroline

Fig. 1 Reconstructed burial in the museum of Pella

Fig. 2 Court of a house in Orraon (Epirus) with other rooms in the background. The walls have been preserved up to the second floor

Fig. 3 View on Karystos from the 12 m monolithic columns in the Imperial marble quarry ‘Kylindri’ on Mt Ochi

Fig. 4 The theatre at Dodona

Fig. 5 Wall behind the Stoa of the Athenians/the terrace wall of the Temple of Apollo in Delphi, on which numerous inscriptions have been inscribed (you can recognise the outline of the texts as flattened rectangles on the wall)

Fig. 6 The steep slope near modern Vrynaina where (looted) burials can be seen

Fig. 7 View of the Gräberstrasse in Arta, with burials from the Archaic to Hellenistic period. On the right was a polyandrion

Fig. 8 The restored lion at Chaironeia, guarding the fallen Thebans and fiercely looking towards the tumulus below which the Macedonians were buried

Fig. 9 The vaulted tomb in Kassopi, the only ‘Macedonian’ type tomb in Epirus

Fig. 10 The vaulted cellar, better known as the ‘Nekromanteion’ near Acheron

Een prikbord met rozen


Morgen is het tijd om het prikbord op mijn kamer in het NIA leeg te maken. Een van de twee Yannides heeft al voorgesteld dat ik bij het weggaan ergens op de muur ‘Caroline was here’ moet schrijven, want als je meerdere maanden in een kamer op het NIA hebt gewoond, is het een beetje ‘jouw’ kamer. Zo voelt het inderdaad wanneer ik naar het prikbord kijk.

De voornaamste reden om hier te komen was om meer te leren over grafstenen uit Hellenistisch Attika, maar op het prikbord zie je daar weinig van terug – bibliotheken delen immers geen toegangskaartjes uit. Wat je er wel in kan zien is dat het resultaat aan de ene kant bepaald is door eigen keuzes (waar ga je heen, wat hang je op het prikbord) maar deels ook door wat je hier tegenkomt (wie en wat kom je er tegen). Dat is ook het leuke van het instituut: er komt hier van alles voorbij. Iedereen heeft iets met Griekenland, maar omdat er voor iedere beursaal of groep (of Obama) een andere reden is om te komen, kom je waanzinnig veel meer nieuws tegen dan op je reguliere werkplek. Het gros houdt zich vanzelfsprekend bezig met de oudheid, maar dat hoeft niet. Lees de blogs hieronder maar, met gedichten, over alternatieve economieën, en over het fietsgedrag van Atheners.

Ik ben zeker niet de eerste en absoluut niet de laatste die dit waardeert. De reden waarom ik dat zo leuk vind kwam grappig genoeg naar voren bij een van de ontmoetingen hier. In oktober verbleven een Nederlandse kunstschilder en zijn vrouw aan het instituut. Beiden waren student in de jaren zestig, en we hebben het die avonden veel gehad over studeren. De echtgenote vertelde dat het in haar tijd lang niet zo vanzelfsprekend was dat iedereen naar de universiteit ging, maar dat ze wel heel blij was dat ze in die tijd, de jaren zestig, heeft kunnen studeren. Een van de dingen die haar opviel in vergelijking met nu was dat er destijds meer ruimte was om te ontdekken wat je leuk vindt, en verder te kijken dan je eigen studie. In het belang van de kenniseconomie was er meer ruimte voor studenten om een beurs te krijgen, en om te snuffelen aan iets buiten je studie. Natuurlijk wordt dat nu ook gepromoot en aangemoedigd, maar wel in een context waarin het verstikkende rendementsdenken heerst.[1]

Het Nederlands instituut in Athene is zo’n plek waar je daar wat makkelijker afstand van kan nemen. Je bent er op jezelf aangewezen, en terwijl de sociale verplichtingen van thuis ver weg zijn, heb je hier tal van mogelijkheden om je blikveld te verbreden en ideeën op te doen – voor je onderzoek, maar ook voor jezelf. Hoewel het studie-element dus nogal afwezig lijkt op het prikbord, heeft de inhoud van het prikbord wel bijgedragen aan het ontwikkelen van ideeën ervoor.

Het is een volledig andere context, maar de uitspraak van Rose Schneiderman, ‘the worker must have bread, but she must have roses too’ (zie de blog van Solange Manche hieronder), heeft ook hier geldigheid. De mogelijkheid om meer te zien en doen dan slechts werk, helpt om datzelfde werk beter en makkelijker te kunnen doen. Mijn prikbord zal dus morgen leeg zijn, maar ik kom zeker terug voor nieuwe rozen.

[1] Lees voor deze paradox vooral het artikel ‘Socrates en het rendementsdenken’ van Ineke Sluiter in de Groene Amsterdammer.